Direct naar de inhoud
AI-agenten security

Tackling wild code met goede AI-security governance

wild code AI-security

Steeds meer organisaties gebruiken AI om werkprocessen te versnellen. Denk aan een workflow die leads routeert, inkomende verzoeken samenvat en statusupdates in een gedeeld kanaal zet. Het probleem is dat zo’n succesvolle “maker” al snel onderdeel wordt van de dagelijkse routine—zonder dat security vooraf precies weet wat er gebeurt, welke identiteiten worden gebruikt en welke systemen worden geraakt.

In dit artikel kijken we naar wild code AI-security: situaties waarin waardevolle eigen builds en automatiseringen sneller groeien dan de processen voor eigenaarschap, beveiliging en onderhoud. En vooral: hoe je dat risico structureel beheerst, niet alleen probeert te voorkomen.

Wat bedoelen we met wild code in een AI-omgeving?

“Wild code” is niet alleen een synoniem voor ongeautoriseerde software. Het gaat om een patroon waarbij teams nieuwe mogelijkheden bouwen—apps, agenten en automatiseringen—en die vervolgens operationeel inzetten zodra ze nuttig blijken. Daarmee ontstaat een afhankelijkheid: het systeem blijft doorwerken, vaak zonder dat er een duidelijk security- en beheertraject is voor de hele levenscyclus.

Het risico zit hem dus niet uitsluitend in kwetsbaarheden in gegenereerde code. Ook als alles technisch “werkt”, kan een workflow toch te veel doen of te veel data blootstellen.

De meest voorkomende risicopunten

  • Te ruime rechten: een workflow heeft voor een beperkte taak eigenlijk toegang tot een klein aantal records nodig, maar draait met credentials die veel breder mogen.
  • Blootstelling van gevoelige data: een agent krijgt toegang tot informatie die niet nodig is, of output wordt te breed gedeeld. Gegevens kunnen ook eindigen in modelverzoeken of logging.
  • Onbedoelde acties: een agent kan wijzigingen doorvoeren (bijvoorbeeld records of rechten aanpassen) zonder een passende goedkeuringsgrens.
  • Wees-toegang (orphaned access): een workflow blijft lopen nadat de maker van rol wisselt of vertrekt, zonder dat iemand de rechten periodiek herbeoordeelt.
  • Gaten in incidentanalyse: security kan niet snel vaststellen welke identiteit de workflow draaide, welke data is geraadpleegd en wat precies is gewijzigd.

Waarom educatie, sandboxes en commissies alleen niet genoeg zijn

Veel organisaties starten met training, een AI-beleid en een vorm van sandbox-omgeving. Ook worden vaak steering committees ingericht voor toezicht. Dat zijn waardevolle onderdelen—maar ze dekken niet automatisch het hele probleem af.

Training helpt, maar kan niets afdwingen

Educatie legt uit wat “goed” is, en een AI-policy beschrijft wat toegestaan wordt. Toch garandeert dat niet dat builders in het heetst van de strijd ook de juiste keuze maken. Zeker niet wanneer het tempo hoog ligt of wanneer de praktische route naar “veilig” extra stappen of vertraging oplevert.

Belangrijk: beleid en training moeten randvoorwaarden scheppen, maar mogen niet de enige barrière zijn tegen risicovolle verbindingen of ongeautoriseerde acties.

Een sandbox beschermt het experiment, niet de runtime

Een geïsoleerde testomgeving is nuttig om prompts, modellen en gegenereerde code te beproeven. Maar zodra de prototype-ervaring koppelt aan echte bedrijfssystemen en live data, moet je controles verder laten lopen dan de testfase. Je hebt dan blijvend nodig: permissions, monitoring en change reviews gedurende de hele periode waarin de workflow actief is.

Met andere woorden: een succesvolle sandbox doorstaat het “ontwerpvraagstuk”, maar lost het “operationele vraagstuk” niet op als de toegang en acties niet alsnog worden begrensd.

Commissies kunnen de zichtbaarheid missen

Steering committees zijn goed voor richting en accountability, maar hun beoordelingscycli zijn niet altijd afgestemd op de snelheid waarmee teams builds maken en deployen. Wanneer security vooral wacht op een aanvraag, ontstaat er een achterstand: nieuwe dataroutes en privilege-acties worden ontdekt nadat ze al waarde begonnen te leveren.

Daar komt nog bij dat oversight vaak in engineering zit, terwijl risicovolle toepassingen ook in finance, HR of operations kunnen ontstaan.

De oplossing: governance inbouwen in de werkomgeving

De kern van wild code AI-security is dat je niet alleen regels aan mensen geeft, maar ook beveiligingsgrenzen in de omgeving definieert. Dus: bepaal wat medewerkers met AI-workflows mogen verbinden, wat die workflows mogen doen, en hoe je hun gedrag ziet en kunt bijsturen zodra ze in productie of “bedrijfskritische routine” terechtkomen.

In de praktijk vraagt dit om afspraken met IT en systeemeigenaren, consistente toepassing gedurende de levenscyclus en periodieke updates wanneer bedrijfsbehoeften of dreigingen veranderen.

1) Governen vóór deployment én door na livegang

Start met het definiëren van toegestane data-bronnen, acties en toegang voordat iemand een workflow koppelt aan bedrijfssystemen. Houd vervolgens die controls actief wanneer de workflow live gaat.

Een belangrijke nuance: permissions moeten aansluiten op wat de workflow nodig heeft, niet op wat de maker zelf toevallig kan. En acties met grote gevolgen moeten—waar passend—een menselijke goedkeuringsstap kennen. Een instructie in een prompt is geen vervanging voor echte toegangscontrole.

2) Maak de veilige route de makkelijkste route

Medewerkers hebben meer nodig dan een lijst met verboden. Ze moeten ook een praktische, toegestane route hebben waarmee ze snel waarde kunnen leveren.

Dat betekent: bouw en bied een omgeving waarin teams gebruikmaken van goedgekeurde verbindingen en bouwervaringen. Enterprise-administratieve beperkingen kunnen alternatieven blokkeren, maar de toegestane optie moet tegelijk tegemoetkomen aan het dagelijkse werk. Als governance overal extra frictie toevoegt, kiezen teams al snel voor omwegen.

AI kan helpen bij het maken van een workflow, maar het is niet aan het model om zelf te bepalen welke data zichtbaar wordt of welke acties wel of niet uitgevoerd mogen worden. Die grenzen moeten expliciet worden ingesteld samen met de verantwoordelijke eigenaren van systemen en data.

3) Ontwerp voor onderzoek én interventie

Security heeft inzicht nodig in wat een workflow deed, niet alleen in het “bedoelde gedrag”. Zorg dat eigenaarschap, uitvoeringsidentiteiten, relevante acties en wijzigingen traceerbaar blijven. Tegelijk wil je vermijden dat je in logs onnodig extra gevoelige informatie opslaat.

Verder moet je vóórdat een workflow operationele afhankelijkheid wordt, vastleggen hoe je kunt ingrijpen: wie kan een workflow pauzeren, hoe trek je toegang in, en hoe bepaal je wat er is geraakt?

Menselijke beoordeling blijft noodzakelijk bij wijzigingen met grote impact of wanneer gedrag afwijkt van verwachtingen.

Wat je in de basis moet kunnen beantwoorden

Een “governed environment” maakt het mogelijk om kernvragen zonder losse speurtocht te beantwoorden. Denk aan:

  • Accountable ownership: wie is eigenaar van de workflow, en welke identiteit draait deze uit namens?
  • Controlled access: welke rechten heeft de workflow om te lezen, te wijzigen en informatie door te sturen? Welke stappen vereisen goedkeuring, en waar wordt dat technisch afgedwongen?
  • Protected execution: worden stappen geïsoleerd uitgevoerd en worden credentials veilig op runtime geïnjecteerd in plaats van in code bloot te liggen? Deze bescherming moet de permission-grenzen aanvullen.
  • Traceable activity: kun je zien wat werd gestart, welke data werd benaderd en wat er is veranderd?
  • Clear intervention: hoe stop je uitvoering en hoe revok je toegang zodra er iets misgaat?

Met zulke controls verlaag je de afhankelijkheid van memoriseren en “correct handelen door mensen” en voorkom je dat security pas achteraf kan reageren.

Praktische aanpak: van policy naar technische realiteit

Als je nu vooral leunt op training, beleid en overlegmomenten, is het tijd om de stap te maken naar environment controls. Dat hoeft niet meteen alles te vervangen. Je kunt beginnen met het koppelen van governance aan de meest risicovolle use-cases: workflows die gevoelige bronnen benaderen, permissies aanpassen of acties met brede impact uitvoeren.

Daarna kun je je aanpak uitbreiden met duidelijke routes naar productie en met monitoring die niet alleen waarschuwingen geeft, maar ook evidence opbouwt voor incidentonderzoek.

Ter inspiratie over wat er mis kan gaan bij brede AI- of agent-toepassingen kun je ook lezen:

Let op: de tweede link is hier alleen als placeholder genoemd. Als je geen echte, inhoudelijk gerelateerde link wilt opnemen, laat deze weg.

Conclusie: sneller bouwen mag, maar security moet meekijken

Wild code AI-security is geen “rem op innovatie”, maar een manier om succes beheersbaar te maken. Teams zullen blijven experimenteren en bouwen met AI. De vraag is alleen of je de afhankelijkheden die daaruit ontstaan tijdig zichtbaar en controleerbaar maakt.

Door governance te verankeren in de werkomgeving—met grenzen op data en acties, traceerbaarheid van uitvoer, en duidelijke interventie—kun je organisaties laten profiteren van nieuwe automatiseringen zonder dat security pas achteraf bijstuurt.

Bron: https://thehackernews.com/2026/10/what-security-teams-can-do-to-tame-wild.html