Direct naar de inhoud
Software Supply Chain Security

Passie en leiderschap als antidotum tegen burnout

antidotum tegen burnout

Burnout bij CISOs en securityteams is een bekend risico: de druk groeit mee met de snelheid van aanvallen, de verwachtingen van de organisatie en de constante technologische veranderingen. In een gesprek met CISO Russ Kirby komt één boodschap telkens terug: passie is geen vaag ideaal, maar een concreet antidotum tegen burnout. Daarnaast benadrukt hij leiderschap, het kunnen omgaan met onzekerheid en het belang van steun buiten en binnen je team.

Wat volgt is een vertaling van zijn inzichten naar praktische handvatten voor iedereen die werkt aan informatiebeveiliging.

Waarom passie zoveel verschil maakt

Kirby beschrijft cybersecurity als iets dat “natuurlijk” voor hem voelt. Hij legt uit dat hij niet alleen aangetrokken wordt door techniek, maar vooral door de manier waarop het vak voortdurend beweegt: je blijft leren, je kijkt naar details en je probeert die details samen te brengen in een grotere structuur. Dat soort betrokkenheid werkt volgens hem als energiemotor, niet als brandstof die later opraakt.

Hij geeft ook aan hoe hij tijdens de werving kijkt naar enthousiasme. Natuurlijk tellen kennis en vaardigheden, maar als iemand vooral instapt om financieel te profiteren of het werk koud benadert, dan lijkt de kans op een kort carrièrepad groter. Voor Kirby draait het om werkplezier dat duurzaam is: wie cybersecurity echt interessant vindt, is beter bestand tegen de pieken en dalen.

Antidotum tegen burnout: zie het werk als iets om te blijven doen

Burnout ontstaat vaak door overbelasting en stress, maar niet iedereen reageert hetzelfde op dezelfde omstandigheden. Kirby koppelt het ontbreken van burnout aan twee factoren: passie en ruimte om te herstellen. Daarbij gaat het niet alleen over “minder werk”, maar over de juiste manier om met druk om te gaan.

Hij stelt dat zijn eigen motivatie sterk genoeg is om langdurig in de rol te blijven. Zelfs als er momenten zijn waarop de druk hoog is, helpt het hem om de energie te herpakken. Hij is daarbij ook helder over wat er in de praktijk onder stress ligt: niet alleen eisen uit het werk, maar ook externe druk, zoals privéomstandigheden.

Een opvallend detail is zijn manier van acteren wanneer iemand dreigt vast te lopen. In die gevallen gaat hij het gesprek aan en legt hij de nadruk op een echte pauze, niet op een “doorgaan tot het beter wordt”. Het doel is dat mensen letterlijk terug in controle komen over hun agenda en herstel.

Leiderschap begint bij order brengen in complexiteit

Kirby ziet zichzelf als iemand die structuur aanbrengt in een chaotische omgeving. Hij beschrijft hoe hij graag regels en discipline vertaalt naar teams: coördinatie, duidelijke afspraken en het slim organiseren van werk. Dat past in zijn persoonlijkheid, waarin het verbeteren van processen centraal staat.

Voor zijn leiderschap benadrukt hij ook een vorm van mentorship: het halen van het maximale uit individuen, niet door één aanpak op iedereen te plakken, maar door te begrijpen wat elke persoon nodig heeft. Daardoor kan het team beter samenwerken en blijven groeien.

Volgens hem ontstaat leiderschap niet altijd door “geboren te zijn” of door één carrièreplan. Soms komt het doordat je de kans grijpt wanneer een rol daarom vraagt. Hij noemt dat een mix van gelegenheid en hoe je erop reageert: wie durft vooruit te gaan, krijgt meer ruimte om te leiden.

Van reactief naar proactief: beveiliging is een blend

Informatiebeveiliging kent meerdere lagen, en Kirby nuanceert het beeld dat security alleen reactief zou zijn. Hij erkent dat security incident-response en het oplossen van issues een reactie op gebeurtenissen is. Tegelijk vindt hij dat de intentie altijd proactief moet zijn: problemen eerder ontdekken, ze sneller aanpakken en schade beperken voordat aanvallers de kans krijgen.

Zelfs bij activiteiten die technisch “reactief” ogen—zoals vulnerability scans—zit een proactieve bedoeling. Je probeert namelijk iets te vinden dat nog niet is gepatcht, zodat je het vóór misbruik oplost. Die combinatie van urgentie (wat gebeurt er nu?) en richting (wat moet er vooraf geregeld worden?) ziet hij als kern van het vak.

AI versnelt de uitdaging (en vergroot de noodzaak om bij te leren)

De vraag wat hem het meest bezighoudt, draait voor Kirby om AI. Niet omdat het “nieuw” is in de zin van onbekend, maar omdat de adoptiesnelheid hoog is en organisaties moeite hebben om bij te blijven. De kernvraag die hij zelf stelt: begrijpen we voldoende wat we aan het uitrollen zijn?

Zijn antwoord is vooral educatie en voorbereiding. Hij beschrijft hoe securityteams zichzelf blijven informeren, hoe ze plannen maken voor het voorkomen van misbruik én hoe ze ook respons organiseren als er toch iets misgaat. Belangrijk daarbij is dat je AI niet alleen als dreiging behandelt, maar het ook inzet binnen preventieve maatregelen.

Kirby plaatst AI bovendien in perspectief. Volgens hem herhaalt elke nieuwe technologie de cyclus van zorg en risico: vroeger waren er zorgen over data die via floppy disks kon worden misbruikt, en later over informatieverlies via het internet. Het “kat-en-muisspel” verandert van vorm, maar het kernmechanisme blijft: aanvallers experimenteren, verdedigers moeten tijdig bijschakelen.

Perfectie als valkuil: kies voor goed dat werkt

Een ander signpost uit zijn carrière is minder “heroïsch” dan het klinkt, maar juist daarom relevant: “Don’t let perfect be the enemy of good.” Kirby licht toe dat streven naar maximale perfectie soms het moment vertraagt waarop je wél iets verbetert.

Hij gebruikt een voorbeeld waarin het doel “nul verstoring” bij een incident is. Dat is een rationele ambitie, maar in de praktijk kan de juiste beslissing soms zijn om snel actie te nemen—zelfs met een simpele, directe ingreep. Voor hem draait het om durf en het herkennen van het juiste compromis tussen risico en effectiviteit.

De menselijke factor: blijven luisteren

In zijn ogen is één persoonlijke eigenschap essentieel op C-level: kunnen blijven luisteren wanneer iemand je overtuigingen uitdaagt. Kirby ziet dat sommige CISOs in een nieuwe omgeving alles willen herstructureren alsof de oude aanpak universeel is. Dat werkt niet, want elke organisatie en elk team heeft eigen dynamiek.

Daarom benoemt hij de behoefte aan een brede blik: eerst macro—het geheel, de richting, de prioriteiten—en daarna micro—hoe het team functioneert en wat je van individuele mensen kunt verwachten. Je krijgt als CISO meer gedaan wanneer je niet alleen de techniek bekijkt, maar ook de context van mensen.

Praktisch: zo maak je “passie” verdedigbaar in je organisatie

Passie klinkt misschien als een persoonlijke eigenschap, maar je kunt het ook vertalen naar teamafspraken. Hieronder staan manieren die aansluiten op Kirby’s visie, zonder te doen alsof iedereen exact dezelfde motivatie heeft:

  • Wervingscriteria die motivatie meenemen: kijk niet alleen naar certificaten of een cv, maar naar betrokkenheid—zoals nieuwsgierigheid en interesse in hands-on werk.
  • Maak ruimte voor herstel: niet als beloning achteraf, maar als onderdeel van het systeem; zorg dat mensen veilig pauze kunnen nemen.
  • Stimuleer leerritme: zeker bij AI en nieuwe technologie is educatie geen eenmalig project, maar een continu proces.
  • Voorkom perfectieverlamming: formuleer doelen, maar kies tijdig voor “goed genoeg” wanneer uitstel risico vergroot.
  • Investeer in feedbackcultuur: wie uitdagingen serieus neemt en blijft luisteren, bouwt een team dat sneller bijstuurt.

Als je naar bredere beveiligingsontwikkelingen kijkt, zie je dat dit soort principes ook terugkomen in supply chain en security operations: aanvallers veranderen sneller dan veel organisaties systemen kunnen aanpassen. Dat betekent dat menselijke veerkracht en een slim leerplan net zo belangrijk zijn als technische controles.

In de praktijk kan het helpen om je team aan te laten sluiten op relevante cyberactualiteit. Bijvoorbeeld: malafide npm-pakketten via supply chain laat zien hoe snel de dreiging door de keten kan bewegen—iets waar “blijven bijleren” en proactieve intentie direct aan raken.

Extra perspectief: toon van leiderschap in uitdagende tijden

Kirby’s kijk op burnout is niet cynisch. Hij benadrukt dat stress soms onvermijdelijk is, omdat organisaties echt een taak hebben in beveiliging. Wat je wél kunt beïnvloeden, is hoe je die stress opvangt.

Ook benoemt hij het belang van een netwerk: andere CISOs en collega’s kunnen helpen bij lastige beslissingen. Zeker wanneer de rol evolueert—van meer uitvoerend naar meer bestuurlijk en strategisch—heb je steun nodig om je koers te bewaken.

Daarnaast is er volgens hem altijd een “tussenzone” tussen werkdruk en persoonlijk leven: momenten waarop je een keuze maakt voor herstel. Je team beschermen is dan niet alleen een technische opdracht, maar ook een leiderschapsopdracht.

Conclusie

Het gesprek met Russ Kirby draait uiteindelijk om één kern: een antidotum tegen burnout ligt niet alleen in het verminderen van druk, maar vooral in het behouden van energie. Passie voor cybersecurity geeft die energie richting en maakt leren en verbeteren vol te houden. Tegelijk is leiderschap nodig om structuur te bieden, om te blijven luisteren en om keuzes te maken die niet blijven hangen in perfecte plannen.

Met AI als versneller en met de realiteit van een voortdurend veranderend dreigingslandschap is het recept volgens Kirby: blijf bijleren, wees proactief in intentie, en zorg dat herstel een vast onderdeel is van hoe je werkt—zodat cybersecurity niet alleen spannend blijft, maar ook duurzaam uitvoerbaar.

Gerelateerd voor verdere context: als je meer wilt lezen over hoe AI en beveiliging elkaar beïnvloeden, zie dan ook het risico van rogue AI-modellen en OT-gevaren.

Bron: https://www.securityweek.com/ciso-conversation-russ-kirby-passion-is-the-antidote-to-burnout/