Een jury in de Amerikaanse staat New Mexico heeft Facebook aansprakelijk gesteld voor privacymisleiding door Facebook. Volgens de rechters in de rechtszaak heeft het platform gebruikers misleid over hoe hun gegevens beschermd zouden worden. Dit is een nieuwe tegenslag voor Meta, dat al miljarden aan schikkingen en boetes moest bekostigen.
De jury kwam tot meer dan 43 miljoen vastgestelde schendingen van de staatswet voor consumentenbescherming. Nu is het aan de rechter om te bepalen hoeveel Facebook moet betalen. De aanklagers vragen daarbij om het maximum van 5.000 dollar per overtreding.
Wat besloot de jury in New Mexico?
De zaak draaide om beschuldigingen dat Facebook misleidende uitspraken deed over de bescherming van persoonsgegevens. In de kern ging het om data die afkomstig waren van een derde partij: een personality quiz die gegevens uit ongeveer 87 miljoen profielen verzamelde.
Die informatie zou vervolgens zijn verkocht aan het adviesbureau Cambridge Analytica. Cambridge Analytica werd later onderwerp van grote maatschappelijke en juridische aandacht, ook omdat de gelekte data gebruikt werden om gerichte advertenties te maken. Een van de campagnes waar het bureau aan gekoppeld werd, was de verkiezingscampagne van Donald Trump in 2016.
Cambridge Analytica als keerpunt in de privacydiscussie
Het Cambridge Analytica-verhaal is voor toezichthouders en rechtbanken een belangrijk referentiepunt geworden. In deze New Mexico-zaak oordeelde de jury dat Facebook gebruikers niet eerlijk informeerde over privacyaspecten, terwijl de gevolgen volgens het Openbaar Ministerie veel verder gingen dan één incident.
De jury stelde dat de misleidende communicatie van Facebook invloed had op de bevolking van New Mexico, dat telt meer dan twee miljoen inwoners. Daarmee werd de zaak neergezet als iets dat bredere consumentenimpact had, niet enkel als een technische storing of geïsoleerde fout.
Misleiding over apps van derden
Naast de data die via de quiz verzameld zou zijn, ging de jury ook mee in het argument dat Facebook het publiek misleidde over onderzoeken rond apps van derden. Het punt was dat gebruikers volgens de aanklagers onvoldoende duidelijkheid kregen over hoe situaties rondom gegevensvergaring werden aangepakt.
Met andere woorden: het ging niet alleen om de oorsprong van de verzamelde data, maar ook om de manier waarop Facebook daarover communiceerde en hoe het bedrijf volgens het hof omging met vragen van gebruikers en samenleving.
Verdediging: bewijs zou verouderd zijn
Facebook, onderdeel van Meta, betwistte de uitkomst. De woordvoerder van Meta stelde dat het bedrijf niet akkoord is met het vonnis en dat het blijft verdedigen tegen pogingen om het eigen dossier te verdraaien.
Tijdens de pleidooien voerde de verdediging aan dat het bewijsmateriaal verouderd zou zijn. Facebook benadrukte dat New Mexico vijf jaar de tijd had om relevante informatie te verzamelen, maar volgens het bedrijf slechts één andere vergelijkbare casus kon aantonen.
Er was echter ook een beperkte overwinning voor de verdediging: de jury vond dat de staat niet genoeg kon bewijzen dat Facebook expliciet onjuiste claims had gedaan over het verwijderen van schadelijke content, waaronder misinformatie rond de COVID-19-pandemie.
Claims over schadelijke content en winst
De staat betoogde dat Facebook mogelijk een bepaalde vorm van content toeliet of stimuleerde, waaronder content die als gewelddadig of onjuist werd omschreven. Volgens aanklagers zou het platform bovendien profijt trekken uit schadelijke content.
Facebook ontkende dit en wees naar aanpassingen in het beleid sinds de rechtszaak in 2021 startte. Het bedrijf stelde dat het naar eigen zeggen 99% van content verwijdert die niet voldoet aan de eigen standaarden.
In een voor de jury afgespeode verklaring zei CEO Mark Zuckerberg dat het bedrijf “stevige” systemen heeft om te bepalen of content verwijderd moet worden. De jury oordeelde uiteindelijk toch anders op kernpunten rond privacybescherming.
Waarom de impact financieel onzeker blijft
Hoewel de jury miljoenen schendingen vaststelde, blijft het de vraag welke impact dit echt heeft op de financiële prestaties van Meta. Juridisch expert Peter Ormerod gaf aan dat het onwaarschijnlijk is dat de straf in één keer zo hoog uitvalt dat het bedrijf daardoor substantieel wordt afgeremd.
Ormerod verwees naar het feit dat socialmediabedrijven vaak hoge marges hebben en dat Meta eerder regelgevende maatregelen min of meer heeft weten te “omzeilen”. Toch kan de zaak alsnog richtinggevend zijn voor andere staten, vooral omdat New Mexico doorzet en specifieke onderdelen aanpakt.
Als de rechter inderdaad het maximum zou toekennen voor elke overtreding, kan het bedrag met rente naar schatting meer dan 200 miljard dollar worden. Dat bedrag is echter afhankelijk van complexe juridische afwegingen, en Facebook kan mogelijk in beroep gaan.
De rechter beslist: hoorzitting op 1 oktober
De rechter bepaalt de hoogte van de straf tijdens een zitting op 1 oktober. De procureur-generaal van New Mexico, Raúl Torrez, gaf aan dat alle toegekende gelden terechtkomen in een fonds voor het onderwijssysteem van de staat.
Daarnaast vraagt de staat om een gerechtelijk bevel (injunction) dat vergelijkbare praktijken in de toekomst moet stoppen. Daarmee probeert de staat niet alleen geld te krijgen, maar ook herhaling van het gedrag te voorkomen.
Vergelijkbare zaken tegen Meta: wat speelde er eerder?
Deze uitspraak komt niet uit de lucht vallen. New Mexico heeft eerder ook al zaken tegen Meta gewonnen. In een eerdere ronde rond veiligheidsbescherming voor minderjarigen werd Meta veroordeeld met een totaal van 942 miljoen dollar. Daarbij volgden ook verplichtingen, zoals leeftijdsverificatie en beperkingen in tijd voor gebruik van het platform.
Ook in andere Amerikaanse trajecten rond kindveiligheid waren er recente schikkingen. Meta stemde in augustus in met een regeling die tot maximaal 18 miljard dollar kon oplopen. Volgens de berichtgeving zat in die regeling een bepaling die Meta beschermde tegen toekomstige aansprakelijkheid rond de Cambridge Analytica-privacybreuk, waardoor New Mexico als enige staat (naast een andere uitzondering) zelfstandig door kon procederen.
Wat betekent dit voor organisaties en digitale veiligheid?
Voor organisaties die afhankelijk zijn van platforms, data-interacties en externe applicaties, laat deze zaak zien dat privacybescherming niet alleen technisch is, maar ook juridisch en communicatief. Rechtbanken kijken nadrukkelijk naar wat bedrijven over hun bescherming beloven, en of die beloftes aansluiten op de praktijk.
De discussie raakt daarmee direct aan bredere thema’s zoals dataverzameling door derden, gegevensdeling, en de manier waarop je als bedrijf uitlegt welke maatregelen je neemt. Ook als een organisatie geen social media platform beheert, kunnen vergelijkbare patronen terugkomen in ecosystemen met apps, integraties en data-uitwisseling.
Wil je meer lezen over hoe privacy en security-incidenten in de praktijk samenkomen, dan zijn ook dit soort onderwerpen relevant:
- Zero Trust voor AI-agents: start met zichtbaarheid
- Focus: datalek door social engineering in zorgsector
- Agentic remediation: sluit de CTEM-cyclus met AI
Conclusie: privacymisleiding door Facebook krijgt een juridisch vervolg
De jury in New Mexico heeft een duidelijke uitspraak gedaan: privacymisleiding door Facebook werd bewezen op onderdelen rond communicatie over privacybescherming. Hoewel Facebook de uitkomst betwist en spreekt over verouderd bewijs, besliste de jury over miljoenen overtredingen van de consumentenbeschermingswet.
De komende stap ligt bij de rechter. Tijdens de zitting op 1 oktober wordt duidelijk hoeveel er daadwerkelijk betaald moet worden en of de staat ook extra maatregelen kan afdwingen om herhaling te voorkomen. Tot die tijd blijft de financiële impact onzeker, maar het juridische signaal is al gezet.
