Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, gebruikte haar State of the European Union 2026 op 16 september 2026 om twee werelden tegelijk te schetsen: de belofte van AI en social media én de risico’s die daar volgens haar direct tegenover staan. Ze waarschuwt dat nieuwe AI-modellen de drempel voor aanvallen kunnen verlagen, terwijl sociale platforms vooral jonge gebruikers verder kunnen blootstellen aan schadelijke effecten.
In dit artikel vatten we de belangrijkste punten samen: hoe de EU volgens von der Leyen controle wil houden over AI, welke rol wetgeving en handhaving krijgen, en welke koers zij voor jongeren op sociale media voorstelt.
AI kan veel brengen, maar risico’s worden groter
Von der Leyen spreekt zich uit als optimist: AI kan volgens haar mensheid helpen als we “het goed doen”. Tegelijk benadrukt ze dat de risico’s de laatste tijd scherper worden en steeds duidelijker in beeld komen. Haar kernboodschap is: eerst de risico’s aanpakken, daarna kunnen de voordelen echt landen.
Volgens haar zullen AI-modellen hacking op een niveau mogelijk maken dat we eerder niet voor mogelijk hielden. Bovendien verwacht ze dat dergelijke mogelijkheden steeds sneller bij tegenstanders terechtkomen. Daarnaast ziet ze een extra zorgpunt: de opkomst van zelfverbeterende modellen die steeds zichtbaarder worden als risico.
AI Act als veiligheidsrails
Om die risico’s te beperken, verwijst von der Leyen naar de AI Act. Die wet moet volgens haar als “guardrails” werken en Europa helpen om invloed uit te oefenen op internationale afspraken. Ze positioneert de EU daarbij niet als alleenstaand: samen met partners zoals Canada en het Verenigd Koninkrijk wil ze de aanpak verder trekken.
In haar woorden is het niet de bedoeling om AI simpelweg te blokkeren. Het gaat om het creëren van waarde, zonder dat de controle bij mensen verdwijnt.
Europa hoeft geen nieuwe ‘frontier-modellen’ om waarde te leveren
Een opvallend detail in haar visie is dat Europa volgens von der Leyen niet per se nieuwe topmodellen hoeft te ontwikkelen om voordelen te behalen. De echte waarde van AI zit volgens haar in toepassingen die AI verplaatsen van het scherm naar de samenleving en de economie in de praktijk.
Ze noemt meerdere sectoren: van de werkvloer en zorg tot landbouw en energiesystemen. Voorbeelden die zij aanhaalt zijn precisielandbouw, slimme en energienetwerken, en ook autonome toepassingen in het verkeer. In de defensiesfeer ziet ze eveneens een plek voor AI-waarde, zolang menselijke regie centraal blijft.
AI in de zorg: assistent, geen vervanger
Von der Leyen gebruikt mammografie als concreet voorbeeld. AI-ondersteunde screening kan eerder bepaalde kankers herkennen, waardoor volgens haar meer vrouwen kunnen overleven. Maar ze trekt meteen een duidelijke grens: AI moet artsen ondersteunen, niet vervangen.
Ze stelt dat een arts idealiter direct toegang wil tot de data die nodig is voor een goede diagnose en behandelingskeuze. Maar het is volgens haar onwenselijk dat een robot of AI alleen bepaalt of iemand kanker heeft. De regie hoort bij mensen.
Dit sluit aan op haar bredere stelling: menselijke controle boven automatische sturing. Ook als AI enorme mogelijkheden opent, mag AI de mens niet sturen.
Social media: schermtijd grijpt dieper in dan we denken
Naast AI richt de speech zich op een ander probleem: sociale media en de impact daarvan op democratie en op jongeren. Von der Leyen koppelt platforms aan een fundamentele maatschappelijke uitdaging. Democratie draait volgens haar om keuzes maken over de samenleving waarin je wilt leven. Kinderen zouden die waarden en verantwoordelijkheden traditioneel via ouders aanleren, maar volgens haar besteden jongeren tegenwoordig meer tijd aan feeds dan aan gesprekken thuis.
Ze benoemt schermgebruik van jonge Europeanen: vier tot zes uur per dag. Tegelijk stelt ze dat ze in feeds worden gezogen die ontworpen zijn om door te laten scrollen. Volgens haar is dit een vorm van “captuur” van aandacht en focus—en daardoor wordt de jeugd als leerperiode beschadigd.
Schade: slaaptekort, angst en extreme gevolgen
De gevolgen die ze noemt zijn niet beperkt tot concentratieverlies. Ze spreekt over verlies van slaap, angst en zelfs zelfbeschadiging. Ze verwijst ook naar ernstige, tragische incidenten.
Als voorbeeld noemt ze Olea Orban, een 14-jarig meisje uit Flemalle (vlakbij Luik), dat volgens de speech zelfmoord pleegde na cyberpesten via sociale media. Von der Leyens verwijst naar de uitspraak van haar moeder: zonder de alomtegenwoordige netwerken zou haar dochter volgens haar nog leven. Het punt dat de EC volgens haar wil maken is simpel: “genoeg is genoeg”.
Voor jongeren komt er een ‘Kids Act’ met leeftijdsgrenzen
Von der Leyen introduceert een beleidsrichting via een voorgestelde Kids Act. Hoe die precies vorm krijgt, noemt ze als “gradueel en gedifferentieerd”: elk leeftijdssegment heeft volgens haar eigen gevoeligheden en dus ook een eigen beschermingsniveau.
De voorstellen die zij schetst, zijn concreet qua leeftijden:
- geen sociale media onder de 13 jaar
- geen persoonlijk account onder de 15 jaar
- voor 13 tot onder 15: mini-accounts die door ouders of voogden worden opgezet en begeleid
- beperkte functies en tijdslimiet van één uur per dag tussen 15 en 18
- “safe design” wordt volgens haar verplicht voor platforms
Daarmee verschuift de focus volgens de speech van “toegang tot sociale media” naar “wanneer en hoe sociale media toegang krijgen tot minderjarigen”.
Bewijzen dat platforms veilig zijn: omkering van de bewijslast
Wetgeving is één stap, maar handhaving is de volgende. Von der Leyen erkent dat een aanpak richting Big Tech moeilijk kan lijken—zeker wanneer aanbieders uit derde landen komen. Toch zegt ze niet achterover te leunen.
Een belangrijk onderdeel van haar boodschap is dat de EU de bewijslast wil omkeren. In plaats van dat jongeren of ouders moeten aantonen dat iets schadelijk is, moeten platforms volgens haar zelf aantonen dat ze veilig zijn.
Ze benadrukt ook dat het probleem niet alleen minderjarigen betreft. Verslavend ontwerp kan volgens haar iedereen schaden. Daarom wil ze volgens haar daarnaast een breder kader: de Digital Fairness Act, die in het najaar wordt voorgesteld.
Waarom dit tegelijk over veiligheid en maatschappij gaat
Op het eerste gezicht zijn AI-risico’s en social media-regels twee verschillende onderwerpen. Toch verbindt von der Leyen ze met dezelfde gedachte: systemen worden krachtiger, maar de controle moet mensgericht blijven. Of het nu gaat om AI die hacking slimmer maakt of om platforms die aandacht langer vasthouden—de maatschappelijke schade ligt volgens haar op de loer zodra ontwerpkeuzes en governance ontbreken.
Dat maakt de komende periode spannend voor organisaties, zorginstellingen en beleidsmakers. Wie met AI werkt, krijgt volgens de speech te maken met strengere kaders rond gebruik en verantwoordelijkheid. En wie sociale media aanbiedt, moet rekening houden met nieuwe beveiligings- en beschermingsverplichtingen voor jeugdige gebruikers.
Wie dit spanningsveld breder wil bekijken, kan ook lezen hoe continue controle in de praktijk helpt om risico’s aantoonbaar te verminderen, bijvoorbeeld via deze aanpak: Bron: https://www.securityweek.com/eu-chief-warns-of-ai-powered-hacking-moves-to-rein-in-social-media/
